De kat doorheen de geschiedenis.

 

Hoe en wanneer verschillende soorten van de wilde kat precies huisdier werden, is moeilijk te achterhalen. Misschien leefden katten al meer dan 10.000 jaar geleden in landbouwnederzettingen in het Midden-Oosten. Afdoend bewijs is bekend uit het oude Egypte omstreeks 2000 v. Chr.



Toen de mens van nomadische jager landbouwer werd, moest hij zijn voedselvoorraden tot de volgende oogst beschermen. Het graan werd opgeslagen in voorraadschuren, die echter niet volledig veilig waren tegen ratten en muizen die door de kleinste kieren kropen. Op zoek naar voedsel moeten wilde katten steeds in de nederzetting zijn beland, op jacht naar de talrijker wordende muizen en ratten. De mensen moeten al snel hebben gemerkt dat katten als knaagdierdoder en beschermers van graanvoorraden uiterst nuttig waren. Anders dan honden, die al veel eerder waren gevonden en gebruikt, waren katten bijzonder bruikbaar omdat ze juist 's nachts op jacht gingen, op het tijdstip waarop ratten en muizen zich aan de voorraden vergrepen. De boeren jaagden de katten niet weg, maar moedigden ze aan te blijven. Zo kwam de band tussen kat en mens tot stand.


De kat paste toch al goed in de Egyptische godenwereld, waarin allerlei dieren werden vereerd. De kat werd het symbool van de vruchtbaarheid, in de persoon van de kattengodin "Bastet". Katten werden aanbeden en vertroeteld en vereeuwigd op fresco's en in beeldhouwwerken. Wie een kat schade toebracht, kreeg een zware straf. Op het doden van een kat stond de doodstraf.

Voor een gestorven kat gingen mensen in de rouw en om hun verdriet te tonen, schoren ze hun wenkbrauwen af. Katten werden gemummificeerd en met veel ceremonieel bijgezet in vaak fraaie omhulsels van brons of hout.


Bastet (oorspronkelijk: Bast, ook Pasht, Ubasti en Bubastet) was in de Egyptische mythologie een vruchtbaarheidsgodin, voorgesteld als een kat. In haar oudste vorm kon ze ook zijn weergegeven met een leeuwinnenhoofd en een ankh-kruis. Het is de godin van vreugde, dans, muziek en feest.

Zij komt voor sinds de 2e dynastie en werd toen als beschermster van de farao beschouwd. Meestal heeft ze een sistrum vast. Ze kan ook afgebeeld worden als een moeder die haar jongen zoogt.



Sekhmet (de Machtige), ook Sakhmet, Moet-Sekhmet of Hathor-Sekhmet, is een godin uit de Egyptische mythologie, ook wel het Oog van Ra genoemd. Ze is de vrouw van Ptah, en door sommigen werd ze gezien als de moeder van Nefertem. Sekhmet had een leeuwenkop en was de godin van de vergelding, ziekte en leeuwinnen. In de ogen van de Egyptenaren was ze een zeer krachtige godin. Sekhmet symboliseerde de verwoestende kracht van de zon. Haar cultus vond vooral plaats in Memphis.



Al die goddelijke verering had echter ook nadelen. Inmiddels is duidelijk dat katten ook in grote getale als offergave werden gedood. Archeologen vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven.


Zeereizen

 

Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. Daarom namen ze katten aan boord. Verondersteld wordt dat de Grieken en Feniciers zo rond 1000 voor Chr. als eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu Italië is, brachten. De huiskat verspreidde zich langzamerhand over heel Azië en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.

 

Europa


Aanvankelijk waren katten in Europa zeer geliefd. De Romeinen beschouwden ze als het Symbool van de vrijheid en de beschermer van huis en haard. Als "heidense" vruchtbaarheid symbolen waren ze in het vroegere christendom echter niet populair. Daarom werden huiskatten in Engeland in de 14e eeuw beschouwd als Symbool van het kwaad. Men bracht ze in verband met hekserij en de duivel.



Honderdduizenden katten werden levend verbrand, waarbij de kerk dat aanmoedigde en zelf het voorbeeld gaf. Toen katten daardoor zeldzaam werden, nam het aantal ratten explosief toe. Dit vormde een van de oorzaken van de pestepidemie van 1334. De "Zwarte dood" waarde door heel Europa. Mensen werden dodelijk besmet met deze ziekte door rattenvlooien. Het besef groeide dat de kat bij het onderdrukken van knaagdieren een belangrijke factor was, met het gevolg dat het aantal huiskatten weer toenam. Tegen het eind van de 17e eeuw was bijna elk huis in Frankrijk voorzien van een kattenluikje en de geliefde huiskat kon komen en gaan, zoals hem of haar dat uitkwam.


Azië


Katten werden ook in heel Azië bijzonder gerespecteerd. In sommige streken woonden ze in tempels om heilige geschriften tegen muizen te beschermen. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan. In Siam, dat tegenwoordig Thailand heet, mochten ooit alleen de leden van de koninklijke familie katten bezitten. De Siamees stond dan ook bekend als de koninklijke kat van Siam.